Sinds wanneer moeten we alles alleen kunnen?

Afgelopen woensdag zat ik met acht mensen in een ruimte. Acht verschillende mensen, acht verschillende verhalen en waarschijnlijk ook acht verschillende redenen om daar te zijn. De ƩƩn kwam uit nieuwsgierigheid, de ander omdat ontspannen helemaal niet zo vanzelfsprekend blijkt te zijn. Sommigen kenden elkaar, anderen helemaal niet. We gingen ademen, bewegen en vooral ervaren wat er gebeurt wanneer je even niet alleen maar probeert te begrijpen wat je lichaam doet, maar er daadwerkelijk aandacht aan geeft. Er werd gelachen, gezucht, gepraat en af en toe was het gewoon even stil.

Ergens tijdens die avond, tijdens Breathe to Release, dacht ik ineens: wanneer hebben we eigenlijk bedacht dat we alles alleen moeten kunnen?

Want dat lijkt tegenwoordig bijna de norm. We moeten zelfstandig zijn, onze eigen problemen oplossen, onze grenzen bewaken, goed voor onszelf zorgen, onze stress managen, voldoende bewegen, gezond eten, goed slapen en ondertussen ook nog onze emoties reguleren. We moeten vooral verantwoordelijkheid nemen voor ons eigen leven en onze eigen gezondheid. En begrijp me niet verkeerd: daar ben ik een groot voorstander van. Maar ergens lijkt verantwoordelijkheid nemen bijna hetzelfde te zijn geworden als alles alleen moeten kunnen. En als het niet lukt? Dan gaan we meestal niet op zoek naar verbinding, maar proberen we gewoon nóg harder ons best te doen.

We zijn behoorlijk goed geworden in zelfstandig zijn

Zelfstandigheid is natuurlijk iets moois. Het is goed om niet bij iedere tegenslag te verwachten dat iemand anders het voor je oplost. Het is goed om te leren voelen wat je nodig hebt, verantwoordelijkheid te nemen voor je gezondheid en keuzes te maken die daarbij passen. Alleen zijn we daar misschien een beetje in doorgeschoten.

We sporten met een app, mediteren met een koptelefoon op, werken thuis achter een laptop en bestellen onze boodschappen zonder iemand te hoeven spreken. Wanneer we ergens last van hebben, zoeken we onze klachten op internet op en proberen we vervolgens zelf uit te vogelen wat we eraan moeten doen. Zelfs ontspannen is soms een individuele taak geworden die we keurig tussen twee afspraken in proberen te proppen. Even tien minuten ademhalen, twintig minuten yoga of vijf minuten mindfulness en daarna kunnen we weer door.

Ondertussen zijn wij als mens helemaal niet gemaakt om volledig individueel te functioneren. Natuurlijk kunnen we ontzettend veel zelf, maar ons lichaam en ons brein zijn vanaf het allereerste begin gevormd in relatie tot andere mensen. We leren niet alleen door zelf te proberen, maar ook door te kijken, te luisteren, te spiegelen en samen te ervaren. En dat geldt niet alleen voor hoe we denken of ons gedragen. Het geldt óók voor hoe ons zenuwstelsel reageert.

Je zenuwstelsel kijkt verder dan alleen naar jou

Ons zenuwstelsel reageert voortdurend op wat er om ons heen gebeurt. Niet alleen op gevaar, drukte of een volle agenda, maar ook op andere mensen. Een rustige stem, een vertrouwd gezicht, iemand die naast je zit zonder iets van je te willen, samen lachen of simpelweg de aanwezigheid van iemand bij wie je je prettig voelt: het zijn allemaal sociale signalen die invloed kunnen hebben op hoe veilig of alert je lichaam zich voelt.

Dat proces wordt ook wel co-regulatie genoemd. Ons vermogen om spanning te reguleren ontstaat namelijk niet volledig in ons eentje. Dat begint al direct na onze geboorte. Een baby beschikt nog nauwelijks over mogelijkheden om zichzelf tot rust te brengen en is daarvoor afhankelijk van nabijheid, aanraking, stem, ritme en voorspelbaarheid van een verzorger. In die interactie leert het zenuwstelsel steeds beter omgaan met activatie en herstel.

Naarmate we ouder worden, ontwikkelen we steeds meer mogelijkheden om onszelf te reguleren. We kunnen bewegen, wandelen, onze ademhaling beĆÆnvloeden, rust nemen, relativeren of bewust onze aandacht verplaatsen. Maar volwassen worden betekent niet dat ons zenuwstelsel ineens besluit dat het andere mensen niet meer nodig heeft. Sociale veiligheid, herkenning en verbinding blijven onderdeel van hoe wij functioneren.

Misschien is dat ook waarom je soms na een goed gesprek merkt dat je letterlijk anders ademhaalt. Waarom spanning kan zakken wanneer iemand zegt: “Ik herken dit.” Of waarom je je na een avond met fijne mensen ineens lichter kunt voelen, terwijl er feitelijk niets aan je problemen is veranderd.

Misschien hoeven we niet alles zelf uit te zoeken

Dat was precies wat me tijdens Breathe to Release opviel. Acht mensen kwamen binnen met hun eigen lijf, hun eigen gedachten en hun eigen verhaal. Niemand kon voor een ander voelen of ademhalen en uiteindelijk moest iedereen zijn eigen oefeningen doen. En toch maakte het verschil dat ze daar niet alleen zaten.

Misschien zijn we zo druk geworden met leren hoe we onszelf moeten redden, reguleren en verbeteren, dat we iets anders uit het oog zijn verloren.

Dat je iets zelf kunt doen, betekent namelijk nog niet dat je het alleen hoeft te doen.

Karlijn

Soms is het juist fijn wanneer iemand een stukje met je meeloopt.

En wat er dan kan gebeuren, vond ik misschien wel het mooiste van die hele avond.

Verder lezen

Mijn inzichten direct in je mail?

Deel deze blog:

Je lichaam geeft signalen. Begrijp je ze ook?

Scroll naar boven

Je lichaam geeft signalen. Begrijp je ze ook?

Beantwoord een aantal gerichte vragen over je slaap, stress, ademhaling en leefstijl.
Karlijn bekijkt je antwoorden persoonlijk en helpt je helder krijgen waar je winst zit.

5 – 10 minuten
een persoonlijke reactie
geen verplichtingen