We worden allemaal zwakker. En bijna niemand lijkt het door te hebben.

Pas op voor alles

Ik las afgelopen week een artikel waarin mensen werden gewaarschuwd om niet te gaan zwemmen tijdens het warme weekend. Het water zou nog te koud zijn en dat zou risico’s met zich meebrengen. Natuurlijk bestaan die risico’s. Er zullen altijd situaties zijn waarin extra voorzichtigheid verstandig is. Toch bleef dat artikel hangen, omdat het zo goed laat zien hoe we tegenwoordig naar gezondheid lijken te kijken.

Overal om ons heen krijgen we waarschuwingen. Pas op voor de zon. Pas op voor stress. Pas op voor teken. Pas op voor pollen. Pas op voor blauwalg. Pas op voor kou. Pas op voor warmte. En als je alle adviezen bij elkaar optelt, lijkt de veiligste optie ongeveer hetzelfde als thuis op de bank blijven zitten met de gordijnen dicht, ingewikkeld in bubbeltjes-plastic (maar dat is eigenlijk ook weer slecht).

Dat klinkt misschien overdreven, maar soms vraag ik me serieus af hoe we hier terecht zijn gekomen. Want steeds vaker lijkt alles wat een lichaam sterker zou kunnen maken eerst te worden gepresenteerd als een potentieel gevaar. Alsof het menselijk lichaam een kwetsbaar systeem is geworden dat beschermd moet worden tegen alles wat een beetje ongemakkelijk voelt.

En misschien is dat wel precies het probleem.

We leven comfortabeler dan ooit

Nog nooit in de geschiedenis hebben we het zo comfortabel gehad als nu. We hoeven nauwelijks nog kou te lijden, hebben vrijwel altijd eten beschikbaar, kunnen ons overal naartoe laten rijden en hoeven ons zelden fysiek echt in te spannen om de dag door te komen. Zelfs verveling bestaat bijna niet meer. Zodra er een ongemakkelijk moment ontstaat, pakken we onze telefoon.

Toch zie ik steeds meer mensen die zich moe voelen, slecht herstellen, weinig energie hebben en merken dat hun lichaam steeds minder lijkt aan te kunnen. Mensen die op papier gezond leven, maar zich niet gezond voelen.

Dat is een interessante paradox.

Want als comfort de sleutel tot gezondheid was, zouden we met elkaar fitter, energieker en veerkrachtiger moeten zijn dan ooit tevoren. In werkelijkheid lijkt vaak het tegenovergestelde te gebeuren.

Je lichaam wordt sterker door uitdagingen

Wanneer je kijkt naar hoe het menselijk lichaam werkt, zie je eigenlijk overal hetzelfde principe terug. Vrijwel ieder systeem in je lichaam wordt sterker doordat het wordt uitgedaagd. Je spieren worden sterker doordat je ze belast. Je conditie verbetert doordat je hart en longen harder moeten werken. Je botten blijven sterk doordat ze krachten moeten opvangen. Zelfs je immuunsysteem leert door blootstelling aan prikkels uit de omgeving.

Dat vinden we heel logisch wanneer het over sporten gaat. Niemand verwacht sterkere benen door zes weken op de bank te zitten. Toch lijken we datzelfde principe soms te vergeten zodra het gaat over gezondheid in bredere zin.

Want ook veerkracht ontwikkel je niet door alles te vermijden wat ongemakkelijk voelt. Je ontwikkelt veerkracht doordat je lichaam leert dat het met uitdagingen om kan gaan. Dat het kan herstellen van inspanning. Dat het een keer kou kan verdragen. Dat het een slechte nacht kan opvangen. Dat het niet direct uit elkaar valt wanneer het leven even tegenzit.

Gezondheid is niet hetzelfde als comfort

Wat ik opvallend vind, is dat we gezondheid steeds vaker lijken te verwarren met comfort. Alsof een gezond lichaam een lichaam is dat nooit moe wordt, altijd voldoende energie heeft, geen stress ervaart en zich de hele dag prettig voelt.

Natuurlijk is het fijn als je goed slaapt en voldoende energie hebt. Daar is niets mis mee. Maar gezondheid is iets anders dan voortdurend comfort ervaren.

Een gezond lichaam is niet een lichaam dat nooit wordt uitgedaagd. Het is een lichaam dat zich kan aanpassen aan uitdagingen. Een gezond lichaam kan omgaan met een drukke periode. Het kan herstellen van een zware training. Het kan een keer minder slapen zonder volledig vast te lopen. Het kan spanning ervaren zonder direct in de paniekstand te schieten.

Het probleem ontstaat wanneer we ieder gevoel van ongemak gaan zien als een teken dat er iets mis is. Dan wordt vermoeidheid iets wat direct opgelost moet worden. Stress wordt iets wat koste wat kost vermeden moet worden. Kou wordt een probleem. Honger wordt een probleem. Inspanning wordt een probleem.

Terwijl veel van die dingen simpelweg onderdeel zijn van het leven.

We zijn ongemak gaan verwarren met gevaar

Misschien is dat wel ƩƩn van de grootste veranderingen van de afgelopen jaren. We zijn ongemak steeds vaker gaan interpreteren als gevaar.

Een verhoogde hartslag voelt spannend, dus er zal wel iets mis zijn.

We hebben honger, dus we moeten direct eten.

We voelen spanning, dus we moeten ontspannen.

We voelen weerstand, dus we kunnen beter stoppen.

Terwijl het lichaam voortdurend signalen produceert die helemaal niet betekenen dat er iets kapot is. Een snelle hartslag tijdens een sprint betekent niet dat je hart faalt. Honger betekent niet dat je lichaam direct in de problemen komt. Kou betekent niet automatisch dat je ongezond bezig bent. En stress betekent niet dat je zenuwstelsel permanent beschadigd raakt.

Soms betekent het simpelweg dat je lichaam aan het werk is.

Belastbaarheid bouw je op of breek je af

Veel mensen denken dat hun lichaam overbelast is geraakt doordat ze jarenlang te veel hebben gedaan. Soms klopt dat ook. Maar opvallend vaak zie ik dat mensen langzaam steeds minder zijn gaan doen.

Ze bewegen minder omdat bewegen energie kost. Ze vermijden activiteiten omdat ze bang zijn klachten uit te lokken. Ze kiezen vaker voor rust omdat hun lichaam vermoeid voelt. En hoewel dat op korte termijn vaak logisch is, zit daar ook een valkuil in.

Een lichaam past zich namelijk altijd aan. Niet alleen wanneer je het uitdaagt, maar ook wanneer je het niet meer uitdaagt.

Wanneer je minder beweegt, neemt je conditie af. Wanneer je steeds minder van jezelf vraagt, neemt je belastbaarheid af. Wanneer je steeds minder ervaart dat je iets aankunt, verdwijnt langzaam ook het vertrouwen daarin.

Daardoor ontstaat soms een vicieuze cirkel. Het leven vraagt nog steeds hetzelfde van je, maar je lichaam voelt alsof het steeds minder reserve heeft. Een drukke week kost meer energie dan vroeger. Een slechte nacht hakt er harder in. Een kleine tegenslag voelt ineens als een enorme belasting.

Niet omdat je lichaam je in de steek laat, maar juist omdat belastbaarheid net als spierkracht onderhouden moet worden.

Misschien moeten we onszelf weer wat vaker uitdagen

Nee, hiermee zeg ik niet dat iedereen morgen een ijsbad moet nemen, een marathon moet lopen of drie dagen moet gaan vasten. Het internet staat al vol met mensen die je proberen wijs te maken dat gezondheid begint bij extreme uitdagingen.

Dat bedoel ik niet.

Maar ik denk wel dat veel mensen er baat bij zouden hebben om zichzelf af en toe bewust uit hun comfortzone te halen. Niet om stoer te doen, maar om hun lichaam weer te laten ervaren dat ongemak niet hetzelfde is als gevaar.

Neem eens een koude douche aan het einde van je warme douche. Maak eens een wandeling terwijl het regent. Sla eens een maaltijd over als je gezond bent en daar geen medische reden tegen hebt. Leg je telefoon eens weg wanneer je onrust voelt in plaats van direct afleiding te zoeken. Zeg eens nee tegen iets wat energie kost. Of juist ja tegen iets wat je spannend vindt.

Niet omdat die dingen magisch zijn, maar omdat je daarmee iets oefent wat veel belangrijker is dan comfort.

Je oefent vertrouwen.

Vertrouwen dat je lichaam meer aankan dan je denkt.

Een gezond lichaam kan tegen een stootje

Misschien zijn we als samenleving een beetje doorgeschoten in onze behoefte om alles veilig te maken. Iedere risico moet worden vermeden. Iedere vorm van ongemak moet worden opgelost. Iedere prikkel moet worden gecontroleerd.

Maar een lichaam wordt niet sterk doordat het nooit iets hoeft op te vangen.

Een lichaam wordt sterk doordat het leert dat het iets kan opvangen.

Voor mij is gezondheid daarom niet de afwezigheid van stress, vermoeidheid of ongemak. Gezondheid is het vermogen om daarmee om te gaan zonder dat je systeem volledig ontspoort. Het is het vertrouwen dat je lichaam kan herstellen na inspanning, kan omgaan met verandering en meer aankan dan je misschien denkt.

Dus nee, ik zeg niet dat je alle waarschuwingen moet negeren.

Maar ik denk wel dat we onszelf wat vaker mogen afvragen of we nog bezig zijn met gezondheid, of dat we vooral bezig zijn met het vermijden van alles wat ongemakkelijk voelt.

Want een lichaam dat nergens meer tegen kan, is niet gezond.

Dat is kwetsbaar.

En misschien is het tijd dat we weer wat vaker gaan oefenen in sterk zijn.

Wil je op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Share this post:
Scroll naar boven

Je lichaam geeft signalen. Begrijp je ze ook?

Beantwoord een aantal gerichte vragen over je slaap, stress, ademhaling en leefstijl.
Karlijn bekijkt je antwoorden persoonlijk en helpt je helder krijgen waar je winst zit.

5 – 10 minuten
een persoonlijke reactie
geen verplichtingen