Herman is 52 en heeft al 10 marathons gelopen. Hardlopen is voor hem al jaren een vast onderdeel van zijn leven. Hij kent zijn lichaam, weet hoe hij moet opbouwen en raakt niet in paniek van een pijntje na een lange training.

Na de marathon van Rotterdam in april krijgt hij last van zijn knie. In eerste instantie maakt hij zich daar niet zo druk om. Een marathon is tenslotte nogal een belasting en zijn lichaam heeft wel vaker tijd nodig gehad om daarvan te herstellen.

Alleen verdwijnt de pijn deze keer niet.
Na twee weken niet. Na zes weken nog steeds niet. Inmiddels zijn we bijna zes maanden verder en voelt hij zijn knie nog iedere dag. Soms tijdens het lopen, soms bij het traplopen en soms juist nadat hij een tijdje heeft gezeten.

Hij heeft inmiddels drie fysiotherapeuten gezien. Ze hebben allemaal zijn knie onderzocht. Gevoeld, getest, bewogen en oefeningen meegegeven. De ƩƩn dacht aan overbelasting, de ander aan verminderde kracht rondom zijn heup en de derde adviseerde hem voorlopig helemaal te stoppen met hardlopen.

Herman doet keurig wat hem wordt verteld. Hij rust. Hij traint zijn bovenbenen. Hij maakt zijn spieren los. Hij probeert voorzichtig weer wat te lopen en stopt opnieuw wanneer de knie reageert.

Maar niemand vraagt wat er sinds april nog meer is gebeurd.

Een knie met een voorgeschiedenis van tien marathons

Wanneer iemand al tien marathons heeft gelopen en na de laatste ineens knieklachten krijgt, ligt het voor de hand om naar de knie te kijken. Misschien was de trainingsopbouw te snel. Misschien veranderde er iets in zijn looptechniek. Misschien was de belasting tijdens de marathon simpelweg te groot.

Dat zijn geen gekke gedachten. Natuurlijk moet je onderzoeken of er lokaal iets aan de hand is. Alleen vertelt een pijnlijke knie nooit automatisch het hele verhaal.

Herman vertelt tijdens zijn eerste afspraken vooral over het hardlopen. Over zijn trainingen, zijn schoenen en het moment waarop de pijn begon. Hij vergeet daarbij te vertellen dat het bedrijf waar hij werkte in de tussentijd failliet is gegaan.

Voor hem is dat faillissement belangrijk, maar voor zijn gevoel komt hij met een knieprobleem bij de fysiotherapeut. Het verlies van zijn werk hoort volgens hem thuis in een heel ander gesprek.

Ook vertelt hij niet dat hij steeds meer voor zijn vader zorgt. Zijn vader woont nog zelfstandig, maar heeft hulp nodig bij afspraken, boodschappen en administratie. Herman regelt het. Natuurlijk regelt hij het. Hij is tenslotte de zoon die dichtbij woont en op dit moment geen werk heeft.

Dat klinkt bijna praktisch wanneer hij het vertelt, maar ondertussen is hij voortdurend bereikbaar. Wanneer zijn telefoon gaat, kijkt hij direct of het zijn vader is.

En sinds kort woont zijn dochter weer thuis. Haar relatie is beƫindigd en voorlopig kan ze nergens anders heen. Ze is verdrietig, boos en onzeker over de toekomst. Herman probeert ruimte voor haar te maken, terwijl hij zelf ook niet weet hoe zijn eigen toekomst eruitziet.

Geen werk. De zorg voor zijn vader. Een dochter die na een pijnlijke relatiebreuk weer thuis woont.

Een portie ellende waar je bang van wordt.

Maar op de behandeltafel gaat het over zijn knie.

Het lichaam maakt geen aparte agenda’s

Wij zijn gewend om klachten op te delen. Voor een pijnlijke knie ga je naar de fysiotherapeut. Met zorgen over werk ga je misschien naar een coach. Voor je vader schakel je mantelzorgondersteuning in en het verdriet van je dochter is van haar.

Alleen werkt het lichaam niet met aparte agenda’s.

Het lichaam maakt geen onderscheid tussen de belasting van een marathon en de spanning van een faillissement. Het registreert allebei als iets waar het op moet reageren. Het past de spierspanning aan, verandert de ademhaling, beĆÆnvloedt de slaap en bepaalt voortdurend hoeveel energie beschikbaar is voor herstel.

Herman slaapt al maanden slecht. Hij wordt vroeg wakker en begint dan direct te rekenen. Hoe lang redden ze het financieel? Heeft zijn vader deze week nog een afspraak? Hoe gaat het eigenlijk echt met zijn dochter?

Overdag functioneert hij prima. Hij belt instanties, helpt zijn vader en probeert thuis de rust te bewaren. Als iemand vraagt hoe het gaat, zegt hij dat het wel goed komt.

Zijn lichaam krijgt alleen nauwelijks nog een moment waarop het daadwerkelijk kan herstellen.

En dan kan een knie die normaal gesproken prima herstelt na een grote belasting ineens pijn blijven doen.

Lokaal herstel vindt altijd plaats binnen het geheel van het lichaam waarin iemand leeft. De pijn zit dus niet tussen zijn oren en het is ook niet zo dat er niets meer met de knie aan de hand kan zijn.

Waarom de oefeningen niet genoeg doen

Herman heeft zijn oefeningen serieus uitgevoerd. Zijn bovenbenen zijn sterk genoeg. Zijn heup kan voldoende kracht leveren en ook aan zijn beweeglijkheid valt niet direct iets opvallends te zien.

Toch blijft zijn knie gevoelig.

Dat maakt hem onzeker. Hij heeft altijd kunnen vertrouwen op zijn lichaam. Als hij trainde, werd hij sterker. Als hij rust nam, herstelde hij. Nu lijkt geen van beide echt te werken.

Dus gaat hij zoeken naar de perfecte oefening. Misschien moet hij zijn knie anders tapen. Andere schoenen kopen. Meer rekken. Minder rekken. Zijn pasfrequentie aanpassen of toch een scan laten maken.

Alles om maar grip te krijgen op een klacht die niet logisch voelt.

Alleen probeer je dan soms een knie te laten herstellen in een lichaam dat al maanden bezig is alle andere ballen in de lucht te houden.

Je kunt een spier sterker maken, maar je kunt herstel niet afdwingen. Zeker niet wanneer slapen, ademhalen, spierspanning, onzekerheid en voortdurende alertheid allemaal op de achtergrond meespelen.

De vraag die niemand stelde

Wanneer ik Herman vraag wat er sinds de marathon in zijn leven is gebeurd, begint hij eerst over zijn trainingsschema. Pas wanneer ik doorvraag, komt de rest.

Hij vertelt over het bedrijf en zijn vorige baan alsof hij een zakelijke samenvatting geeft. Feiten, bedragen, wat er misging en wat er nu geregeld moet worden. Bij zijn vader zegt hij vooral dat het ā€œer nou eenmaal bij hoortā€. Over zijn dochter vertelt hij dat hij blij is dat ze bij hem terechtkan.

Alles klinkt beheerst. Alsof hij het aankan. En waarschijnlijk kan hij dat ook.

Maar iets aankunnen betekent niet dat het niets met je doet.

Wanneer ik hem vraag hoeveel ruimte er op dit moment nog voor hem overblijft, wordt het stil. Hardlopen was die ruimte. Het moment waarop hij niet hoefde na te denken, niets hoefde op te lossen en even nergens verantwoordelijk voor was.

En precies dat is nu ook weggevallen.

Door de pijn in zijn knie is niet alleen zijn sport verdwenen. Ook zijn belangrijkste manier om spanning kwijt te raken is hem afgenomen. Daardoor wordt zijn wereld steeds kleiner, terwijl de druk in zijn leven alleen maar groter wordt.

De knie is niet het enige wat aandacht nodig heeft

Dat betekent niet dat we zijn knie niet meer behandelen. Natuurlijk kijken we naar belasting, kracht, mobiliteit en de manier waarop hij beweegt. Alleen doen we niet langer alsof zijn knie losstaat van de rest.

We kijken ook naar zijn slaap. Naar de manier waarop hij zijn adem vasthoudt wanneer hij over zijn werk praat. Naar de spanning in zijn kaken en schouders. Naar hoeveel rust hij zichzelf werkelijk toestaat en naar de hoeveelheid verantwoordelijkheid die hij zonder nadenken op zich neemt.

We zoeken naar beweging die zijn systeem wel verdraagt, zodat hij niet volledig stilvalt. Naar manieren waarop hij zijn lichaam weer kan belasten zonder iedere reactie direct te zien als bewijs dat er iets kapot is.

Maar vooral leert Herman herkennen hoeveel hij al maanden draagt.

Zijn pijn psychologisch verklaren en alles op stress te gooien, zou net zo beperkt zijn als alleen naar zijn knie kijken. Het doel is te begrijpen dat herstel moeilijk wordt wanneer een lichaam nooit het signaal krijgt dat de belasting voorbij is.

Misschien loopt hij niet vast op zijn knie

Herman kwam binnen voor een knie die na zes maanden nog steeds niet hersteld was. Hij dacht dat hij een hardnekkige sportblessure had en dat hij blijkbaar nog niet de juiste behandeling had gevonden.

Maar misschien was zijn knie niet het enige dat vastliep.

Misschien was die marathon in april slechts het moment waarop de fysieke belasting en alles wat er daarnaast speelde bij elkaar kwamen. Misschien heeft zijn lichaam niet gefaald, maar probeert het al maanden te herstellen terwijl het tegelijkertijd een faillissement, onzekerheid, mantelzorg en het verdriet binnen zijn gezin opvangt.

Dat zie je niet op een echo. Je voelt het niet met ƩƩn knietest en je lost het ook niet op met drie extra oefeningen voor de bovenbeenspieren.

Soms moet je verder kijken dan de plek waar iemand pijn heeft. Want iedereen onderzocht Hermans knie. Maar niemand vroeg wat hij ondertussen allemaal probeerde te dragen.

Verder lezen

Mijn inzichten direct in je mail?

Deel deze blog:

Je lichaam geeft signalen. Begrijp je ze ook?

Lees andere blogs

Scroll naar boven

Je lichaam geeft signalen. Begrijp je ze ook?

Beantwoord een aantal gerichte vragen over je slaap, stress, ademhaling en leefstijl.
Karlijn bekijkt je antwoorden persoonlijk en helpt je helder krijgen waar je winst zit.

5 – 10 minuten
een persoonlijke reactie
geen verplichtingen