Veel mensen denken dat ze goed bezig zijn met hun lichaam.
Ze sporten een paar keer per week, zitten niet stil en proberen fit te blijven. Natuurlijk is dit heel goed. Hoe kan het dan dat het bij veel mensen toch niet vrij voelt om te bewegen? Dat er spanning blijft hangen en bewegingen stroef voelen.
en na een training zijn ze niet opgeladen, maar juist vermoeid.
Dan weet ik al dat er iets niet klopt in hoe ze bewegen.
Je kunt veel bewegen en toch verkeerd bewegen
Bewegen op zich zegt namelijk niet zoveel.
Je kunt drie keer per week in de sportschool staan en alsnog vastzitten in je lijf.
Je kunt hardlopen en ondertussen overal spanning opbouwen.
Je kunt stretchen en het gevoel hebben dat het nooit echt loskomt.
Omdat je lichaam niet alleen kijkt naar hoeveel je beweegt, maar vooral naar hoe je beweegt. Want als jouw systeem om wat voor reden dan ook spanning vasthoudt, ga je daar omheen bewegen. Je lichaam kiest namelijk ALTIJD de makkelijkste weg.
Dus nemen je schouders het over. Je onderrug gaat compenseren of je ademhaling blijft hoog en snel, ook tijdens rust.
En dat voelt vaak niet meteen verkeerd, het voelt gewoon als hoe jouw lichaam werkt. Althans, zo lijkt het.
Totdat je klachten krijgt. Of vermoeid raakt. Of merkt dat je niet vooruitkomt.
Herken je dit?
Je gaat sporten om je beter te voelen, maar je lichaam blijft zwaar.
Je hebt het idee dat je “vast” zit, vooral in je rug, schouders of heupen.
Je moet jezelf er doorheen trekken, in plaats van dat beweging vanzelf gaat.
Of je merkt dat je steeds terugkomt bij dezelfde klachten.
Net als het even beter gaat, komt het weer terug.
Dat is geen toeval.
Je lichaam beweegt altijd als één geheel
Wat vaak vergeten wordt, is dat beweging nooit losstaat van de rest van je systeem.
Als je ademhaling hoog zit, beweegt je borstkas minder goed mee.
Als je borstkas minder beweegt, gaat je middenrif minder werken.
Als je middenrif minder beweegt, bouwt spanning zich sneller op in je nek en schouders.
En zo loopt het door.
Je houding verandert.
Je bewegingspatroon verandert.
Je herstel verandert.
Voor je het weet zit je in een patroon waarin je lichaam constant kleine aanpassingen maakt om het werk gedaan te krijgen. Alleen kosten die aanpassingen energie en kan dat ervoor zorgen dat je steeds in cirkeltjes blijft lopen.
Waarom sterker worden niet altijd de oplossing is
Veel mensen proberen dit op te lossen door sterker te worden.
Meer trainen.
Meer herhalingen.
Meer controle.
Alleen bouw je dan kracht op in een lichaam dat nog steeds spanning vasthoudt, of beter gezegd: je wordt sterker in een patroon dat eigenlijk niet klopt.
Dat zie je bijvoorbeeld bij iemand die fanatiek sport, maar altijd last blijft houden van zijn onderrug. Of bij iemand die netjes traint, maar toch stijver wordt in plaats van soepeler.
Het lichaam kan veel hebben. Maar als de basis niet klopt, blijft het signalen geven.
Eerst ruimte, dan pas kracht
Wat jouw lichaam nodig heeft, is ruimte. Ruimte in je gewrichten, in je ademhaling en vooral ook ruimte in hoe spanning zich opbouwt en weer loslaat. Pas als die ruimte er is, kan beweging weer kloppen. We moeten dus voorwaarden scheppen om beter en makkelijker te kunnen bewegen.
Dan pas ga je merken dat dingen lichter voelen en dat je minder hoeft te compenseren.
Soms ervaren mensen zelfs dat het lichaam niet meer constant “aan” staat tijdens bewegen.
Een simpel voorbeeld is iemand die altijd zijn schouders (onbewust) optrekt tijdens trainen. Je kunt hem sterker maken wat je wilt, maar zolang hij die spanning niet kan loslaten, blijft hij hetzelfde doen. Op het moment dat die spanning zakt, verandert zijn hele beweging. Zonder dat hij harder hoeft te werken.
Beweging hoort energie te geven
Als beweging goed aansluit bij jouw lichaam, voel je dat meteen: je wordt niet alleen moe, maar ook opgeladen. Je lijf voelt losser en herstel kan sneller plaatsvinden.
Dat is een compleet ander gevoel dan jezelf door een training heen slepen.
Helaas zijn mensen gewend geraakt aan bewegen met spanning. Aan doorgaan, ook als het lichaam iets anders aangeeft.
Totdat het lichaam duidelijker gaat praten.
Hier begint het echte werk
In mijn traject kijken we daarom anders naar beweging.
Bekijk waar ik je mee kan helpen in mijn traject
Niet alleen naar wat je doet, maar naar hoe je lichaam beweegt terwijl je het doet.
Waar zit spanning?
Waar beweegt het niet?
Waar neemt je lichaam het over?
Van daaruit bouwen we op.
Zodat beweging weer klopt met jouw lichaam, in plaats van dat je lichaam zich blijft aanpassen aan wat je doet.
Misschien voel je dit al langer
Dat je wel beweegt, maar niet echt vooruitkomt.
Dat je lijf niet doet wat je ervan verwacht.
Dat er ergens iets blijft trekken of vastzitten.
Dan zit het probleem niet in te weinig doen.
Dan zit het in hoe jouw lichaam beweegt binnen het geheel.
En precies daar begint verandering.


